Eerlijke kijk
op taxi- en
zorgvervoer

Effecten arbeidsmarkt

Behoud van betrokken personeel

Los van eventuele wijzigende vervoersvolumes, beveelt het AIM aan dat de aanbestedende dienst inzet op behoud van reeds bij het vervoer betrokken personeel. Daarnaast is het belangrijk dat er stilgestaan wordt bij wat er met het personeel gebeurt als een vervoerder onverhoopt gedurende de uitvoering van het vervoerscontract failliet gaat. Ook in zo’n situatie zou de inzet moeten zijn: behoud van reeds bij het vervoer betrokken personeel. Het verdient aanbeveling daar als opdrachtgever voor de toekomst beleid over te ontwikkelen.

Medewerking aan OPOV regeling

Deze regeling is verankerd in de cao taxivervoer en houdt kortgezegd in dat de nieuwe vervoerder 75% van het betrokken personeel bij de oude vervoerder een baanaanbod moet doen met als inzet: behoud van reeds bij vervoer betrokken personeel. Het verdient aanbeveling om als aanbestedende dienst hier ondersteuning en – waar nodig- medewerking aan te verlenen door het Sociaal Fonds Taxi (SFT* ) te informeren wie de huidige vervoerder (inclusief onderaannemer) is.

Tijdelijke voorziening

Het komt voor dat door vertragingen in een aanbesteding het huidige contract (incl optiejaren) is uitgediend voordat het nieuwe contract met een nieuwe vervoerder ingaat. Normaliter blijft de huidige vervoerder tijdelijk rijden en heeft dit verder geen gevolgen voor de OPOV en overgang van betrokken personeel. Het kan voorkomen dat het niet wenselijk is dat de huidige vervoeder blijft doorrijden. In zo’n situatie gaat de aanbestedende dienst via een tijdelijke voorziening het vervoer tijdelijk onderhands door een derde partij laten uitvoeren. Deze derde partij is in een dergelijke situatie niet verplicht om personeel van oorspronkelijke vervoerder een baanaanbod te doen met als gevolg dat de huidige vervoerder tijdelijk met personeel blijft zitten waar geen werk meer voor is met alle gevolgen van dien.
Als aanbestedende dienst toch kiest voor een tijdelijke onderhandse constructie dan verdient het aanbeveling om in de overeenkomst met de tijdelijke vervoerder op te nemen dat OPOV wel van toepassing is en opvolging contractueel vastleggen. Het SFT kan u hierin faciliteren.

Social return (SROI)

In een krimpende markt leidt de inzet van SROI al snel tot verdringing van arbeidsplaatsen. En in het zorgvervoer is sprake van een krimpende markt. Wat het AIM betreft zou een bestek dan ook geen minimale verplichte SROI voor uitvoerende functies - die tot verdringing van reguliere arbeidsplaatsen leidt - moeten bevatten. Ook niet via de inzet van proefplaatsingen of inzet van mensen met behoud van uitkering. SROI is, wat het AIM betreft, wel mogelijk als deze leidt tot duurzame inzetbaarheid (vaste arbeidscontracten) van de mensen die via SROI worden ingezet. Bijvoorbeeld door middel van nieuwe functies in het kader van kwaliteitsbeheer en serviceverlening aan kwetsbare reizigers, denk daarbij aan doen van mystery guestritten en stewards.

Inzet van vrijwilligers

De Wet Personenvervoer 2000 (WP2000) geeft in art. 2 lid 5 aan dat de wet niet van toepassing is op vervoer van personen per auto als de som van betalingen voor dat vervoer de kosten van auto en bijkomende kosten niet te boven gaat, tenzij sprake is van een beroep of bedrijf. Dit artikel is ook van toepassing op vrijwilligersvervoer. Is een vrijwilligerscentrale bijv. toch in het kader van beroep of bedrijf actief, dan gelden de wettelijke taxiregels en de CAO Taxivervoer. Gaan de opbrengsten een niveau van kosten**  te boven, dan gelden eveneens de wettelijke taxiregels.

Het AIM is geen voorstander van de inzet van vrijwilligers. De inzet ervan kan tot oneerlijke concurrentie leiden door verdringing van arbeidsplaatsen, een slechtere kwaliteit en veiligheid van het vervoer van kwetsbare groepen en mogelijke continuďteitsproblemen met het vervoer. Bovendien zijn gebruikers van het vervoer vaak erg afhankelijk van het vervoer. Om dat vervoer dan met vrijwilligers in te regelen is niet de juiste insteek. 

---------------------------------------------------

*) Het SFT houdt toezicht op de naleving van deze regeling. De lijst met betrokken personeel is ook via de webstie van SFT beschikbaar ( anoniem). Op deze lijst komen enkele kenmerken terug, waarmee vervoerders rekening kunnen houden in hun bieding. 

**) Onder de kosten van de auto wordt verstaan de kosten van afschrijving, verzekering, motorrijtuigenbelasting en brandstof, alsmede onderhouds-en reparatiekosten. Als bijkomende kosten worden aangemerkt onkostenvergoedingen (max. € 1500,-per vrijwilliger) voor vrijwilligers. ILT verstaat onder ‘betalingen voor het vervoer’ álle betalingen voor het vervoer; of de reiziger zelf betaalt, of dat derden –zoals verzekeraars of gemeenten (bijv. via subsidie), ouders of vrienden –dat doen, is niet van belang.