Publiek Vervoer Groningen Drenthe 2027-2035

Samenw.org. Publiek Vervoer Groningen Drenthe
Datum actie: 15 april 2026
Datum aanbesteding: 2 april 2026
Opdrachtgever: Samenw.org. Publiek Vervoer Groningen Drenthe
Publicatie op Tenderned: aankondiging
Aanbevelingen: Download
Samenvatting aanbevelingen
Achtergrond
Publiek Vervoer Groningen Drenthe besteedt namens 22 gemeenten in de regio het publiek vervoer aan. Het betreft de integratie van doelgroepenvervoer en kleinschalig collectief vervoer (in totaal 9 vervoersvormen). De ingangsdatum is 1-8-2027. Het contract heeft een looptijd van 8 jaar met een optie tot eenzijdige verlenging met 2 x 1 jaar.
De opdracht is verdeeld in 7 percelen. Aan een inschrijver kunnen maximaal 3 percelen worden gegund. Voor de percelen geldt een starttarief en een beladen reizigerskilometertarief, dat varieert per soort vervoer en per perceel. Daarnaast zijn er nog een groot aantal toeslagen en overige vergoedingen. Exacte gegevens zijn vanwege de complexiteit niet in deze samenvatting opgenomen. De aanbieding dient onderbouwd te worden.
Positieve punten
Belangrijke aandachtspunten waar het AIM waarde aan hecht, zoals het TX-keurmerk en de NEA-kostenontwikkeling, zijn in het bestek opgenomen. Het AIM adviseert dat kwaliteit altijd voor ten minste 60% onderdeel uitmaakt van de gunning. In dit bestek bedraagt het aandeel kwaliteit eveneens 60%. Daarnaast wordt een omzetgarantie van 60% geboden en dienen medewerkerstevredenheidsonderzoeken te worden uitgevoerd.
Aandachtspunten
Hoewel de NEA-indexering mag worden toegepast, is dit pas toegestaan vanaf 1 januari 2028. In de conceptovereenkomst (artikel 4) staat echter dat de aanbieding gebaseerd moet zijn op het prijsniveau van 2026. Het AIM vraagt zich af op welke wijze de kostenontwikkelingen in 2027 worden gecorrigeerd. Dit kan tot grote financiële problemen voor inschrijvers leiden.
Het AIM adviseert om de NEA-index al per 1-1-2027 toe te passen. Dit kan ook voordelen opleveren voor de opdrachtgever. Door de indexering eerder toe te passen worden de financiële risico’s voor inschrijvers beperkt, waardoor zij een scherpere offerte kunnen aanbieden.
Daarnaast kan in theorie worden gewaardeerd met 100%, 66%, 33% en 0%, waarbij een score van 0% leidt tot uitsluiting. De praktijk leert echter dat het hoogste en laagste percentage zelden worden toegepast. De beoordeling zal daardoor vooral plaatsvinden tussen 66% en 33%. Dit betekent dat kwaliteit voor inschrijvers onvoldoende onderscheidend kan zijn, waardoor uiteindelijk een klein prijsverschil bepalend kan worden voor de uitkomst van de aanbesteding.




